| 1836 | | In 1836 verzocht Wilem Joling aan de koning om een octrooi (alleenrecht) voor 20 jaar tot het oprichten van een steenbakkerij in de buurtschap Weerdinge. |
| 1837 | | H.C. van Hall merkt op in een verslag van een reis in de zomer vän 1837: 'Men vindt hier ook een bruin-gele leem, uit hetwelk men in het vorige jaar begonnen was steen te bakken, welke steenbakkerij echter nog, zoo het scheen, in hare beginselen was.' |
| 1844-1851 | | De financiële administratie van steenbakkerij Joling over de jaren 1844-1851 is in kopie aanwezig in het Drents Archief |
| 1858-1859 | G. Lamberts en mogelijk Bören ? | In de periode 1858 - 1859 werkten hier arbeiders uit Lippe. |
| 1859 | | De steenbakkerij werd volgens 'Historisch Emmen' na 1858 opgeheven. Als hier in 1859 nog Lipper arbeiders werkten, zal de opheffing waarschijnlijk na de campagne van 1859 hebben plaatsgehad. |